woensdag 4 januari 2017

Trotsmomentje


 
(zie de vorige blog over wie Goof was en wat dit voor koek is, die nu al bijna op is)
Nog even over Govert van Nunen, die ik in de jaren tachtig in de klas had.  Een jaar of achttien was hij toen. Ik schreef al dat ie goed gebekt was en niet op zijn mondje gevallen dus we hadden een hoop discussies in mijn les. Want ach, ik was toen een stuk jonger dan nu en wat uitgesprokener van mening. Ook nogal links, maar daar was ik altijd wel eerlijk over, tegen de leerlingen. Dat wil zeggen, ik zei het er altijd bij, met zinnen als: ja, kijk, dat vind ik nu wel maar je weet, ik ben links he, dus je moet zelf maar weten hoe je dat oppakt. Enfin, dat soort praat.

Ik was dus tamelijk links en Goof (zoals ik hem vaak noemde) was tamelijk rechts. Zijn vader was ondernemer hé, dat telt natuurlijk mee. Zinnetjes als: profiteren van het harde werken van anderen (als het over uitkeringstrekkers ging), of: als je hard werkt dan kom je er wel, of: ook met een laag inkomen krijg je in Nederland alle kansen, lagen hem voor in de mond. Heerlijke zinnetjes natuurlijk om de leraar maatschappijleer mee op stang te jagen. We konden elkaar overigens goed ‘leien’  en we hebben dus veel gelachen, maar daar gaat het nu niet over. Het ging erover dat ie mij een jaar later gelijk gaf en ook zo eerlijk was om dat gewoon in de klas te doen. Een jaar later – hij was inmiddels op stage geweest en daar had van alles meegemaakt en hij was de discussies niet vergeten!
Ik weet niet meer waarom ik toen in de klas kwam. Na de stage (de mts indertijd: derde leerjaar stage, vierde leerjaar examenjaar. Ik had ze in het tweede leerjaar.) hadden ze geen maatschappijleer meer dus was vanwege iets heel anders dat ik er even moest zijn, een mededeling of zo. Hoe het zij (het duurt nogal lang vóór ik bij de kern kom), nadat ik iets tegen de klas had gezegd stak ie zijn hand op en ik zei: ‘ Ja, Goof?’

Hij: ‘ Ja, dat wilde ik nog zeggen meneer. Op stage heb ik met allerlei mensen gepraat, in de fabriek, ook gewoon met arbeiders dus, mensen die hard moeten werken om rond te kunnen komen. En eentje vertelde me dat hij al die overuren maakte om een lening af te lossen. Dan moet je niet lenen, zei ik nog, maar zijn zoon ging naar het middelbaar beroepsonderwijs en dat was in de stad. Hij woonde in een dorp en die zoon moest dus een brommer, dat kwam goedkoper uit dan steeds met de bus, hadden ze uitgerekend. Maar evengoed was het voor hem veel geld dus hij had moeten lenen en nu werkte hij extra uren om dat af te lossen. Dat soort dingen wist ik vorig jaar niet, weet u nog, toen we het daarover hadden.  Dat mensen die hard werken toch zo krap kunnen zitten dat ze van een gewoon loon zoiets niet kunnen betalen.’
Nou, dat was wel even een trotsmomentje.


2 opmerkingen: