Goed nieuws: de site 'onderwijsbrabant.nl' is weer in de lucht, dus daar vind je mijn stukjes, precies zoals de voorafgaande jaren. (Ik schrijf nu al voor het zevende jaar!)
Beroep onderwijs
maandag 6 februari 2017
zaterdag 21 januari 2017
Ere wie ere toekomt

Begin deze week moest ik weer eens op ‘de frater’ zijn. Ik was er een tijdje niet geweest en dan kijk je weer fris en onbevangen om je heen. Enfin, na gedane zaken wandelde ik door de school en viel mij op, want bij ‘de frater’ wordt ook in de gangen lesgegeven, of in elk geval: het onderwijsleerproces vindt deels buiten de lokalen plaats, enfin, wat mij dus opviel was, hoe aandachtig en liefdevol ze met elkaar omgingen. Leraren en leerlingen en leerlingen onderling.
Tja, het zal wel zijn dat ik sentimenteel word mijn oude
dag, maar toch ervoer ik het zo. En gezien de reden dat ik er moest zijn was
die conclusie niet eens zo voor de hand liggend. Enfin, geen grapje in mijn stukje deze keer,
geen komische observatie over iets leuks wat daar gebeurde, nee, gewoon alleen
maar dit:
het team van de frater doet hartstikke goed werk met en voor
hun leerlingen. Hulde!
vrijdag 13 januari 2017
Sssttt, de koning spreekt.....
(inleiding: de nrc nodigde in december lezers uit een tekst te maken voor de kerstboodschap van onze koning. Dat heb ik dus gedaan, maar als u geluisterd hebt, dan weet u dat hij iets anders heeft gezegd, Jammer maar begrijpelijk. Ook de krant zag er geen brood in dus blijft het publiek beperkt tot de lezers van deze blog. Dat zijn er overigens meer dan ik verwachtte. Dank u wel hoor, voor die belangstelling. Ik blijf mijn best doen.)
Dit wilde ik Willem-Alexander laten zeggen:
'Landgenoten,
in deze donkere dagen wil ik mijn licht laten schijnen
over wie wij zijn. Een paar jaar geleden vertelde mijn vrouw dat ze naar dé
Nederlander had gezocht – zonder succes. Of was het dé Nederlandse cultuur, dat
is me ontschoten en misschien is dat een beetje dom van mij, maar dat gebrek
aan inzicht wil ik met u delen.
Immers, dé Nederlander is natuurlijk in het
bezit van dé Nederlandse cultuur dus bij de vraag wie wij Nederlanders zijn,
moet ik door het beeldscherm heen in uw huiskamer kijken! Want daar zit ie: dé
Nederlander. Beetje lui op de bank. Kopje koffie erbij. Gezellig! Een gewone
man in een buitengewoon land dat vaak in een top tien prijkt, of een top drie.
Of gewoon aan top staat.
Maar ach, wat koopt ie daarvoor? Deze meest Hollandse
aller vragen past naadloos bij de vraag naar wie wij zijn en het antwoord
daarop, dat bent u zelf. En wat u met dat antwoord gaat doen, is ook aan u zelf. Persoonlijk vind ik dat we
ervoor moeten zorgen dat we elke ochtend zonder schaamte in de spiegel kunnen
kijken – nadat we op onze blote knieën God of het lot hebben bedankt dat we
opnieuw wakker geworden zijn in Nederland, het land dat onveranderlijk nummer
één is in mijn persoonlijke top tien aller tijden.
Vriendelijke groet en prettige feestdagen,
uw vorst Willem-Alexander van Oranje-Nassau etc etc
woensdag 4 januari 2017
Trotsmomentje
Nog even over Govert van Nunen, die ik in de jaren tachtig in de klas had. Een jaar of achttien was hij toen. Ik schreef al dat ie goed gebekt was en niet op zijn mondje gevallen dus we hadden een hoop discussies in mijn les. Want ach, ik was toen een stuk jonger dan nu en wat uitgesprokener van mening. Ook nogal links, maar daar was ik altijd wel eerlijk over, tegen de leerlingen. Dat wil zeggen, ik zei het er altijd bij, met zinnen als: ja, kijk, dat vind ik nu wel maar je weet, ik ben links he, dus je moet zelf maar weten hoe je dat oppakt. Enfin, dat soort praat.
Ik was dus tamelijk links en Goof (zoals ik hem vaak noemde)
was tamelijk rechts. Zijn vader was ondernemer hé, dat telt natuurlijk mee.
Zinnetjes als: profiteren van het harde werken van anderen (als het over
uitkeringstrekkers ging), of: als je hard werkt dan kom je er wel, of: ook met
een laag inkomen krijg je in Nederland alle kansen, lagen hem voor in de mond.
Heerlijke zinnetjes natuurlijk om de leraar maatschappijleer mee op stang te
jagen. We konden elkaar overigens goed ‘leien’
en we hebben dus veel gelachen, maar daar gaat het nu niet over. Het ging
erover dat ie mij een jaar later gelijk gaf en ook zo eerlijk was om dat gewoon
in de klas te doen. Een jaar later – hij was inmiddels op stage geweest en daar
had van alles meegemaakt en hij was de discussies niet vergeten!
Ik weet niet meer waarom ik toen in de klas kwam. Na de
stage (de mts indertijd: derde leerjaar stage, vierde leerjaar examenjaar. Ik had ze in het tweede leerjaar.) hadden ze geen
maatschappijleer meer dus was vanwege iets heel anders dat
ik er even moest zijn, een mededeling of zo. Hoe het zij (het duurt nogal lang
vóór ik bij de kern kom), nadat ik iets tegen de klas had gezegd stak ie zijn
hand op en ik zei: ‘ Ja, Goof?’
Hij: ‘ Ja, dat wilde ik nog zeggen meneer. Op stage heb ik
met allerlei mensen gepraat, in de fabriek, ook gewoon met arbeiders dus,
mensen die hard moeten werken om rond te kunnen komen. En eentje vertelde me
dat hij al die overuren maakte om een lening af te lossen. Dan moet je niet lenen, zei ik nog, maar zijn zoon ging naar
het middelbaar beroepsonderwijs en dat was in de stad. Hij woonde in een dorp
en die zoon moest dus een brommer, dat kwam goedkoper uit dan steeds met de
bus, hadden ze uitgerekend. Maar evengoed was het voor hem veel geld dus hij
had moeten lenen en nu werkte hij extra uren om dat af te lossen. Dat soort
dingen wist ik vorig jaar niet, weet u nog, toen we het daarover hadden. Dat mensen die hard werken toch zo krap kunnen
zitten dat ze van een gewoon loon zoiets niet kunnen betalen.’
Nou, dat was wel even een trotsmomentje. Dit gaat nergens over....
Alleen over deze koek: de enig echte Tilburgse Nieuwjaarskoek,
van bakker Govert van Nunen.
Daar heb ik dus een verhaal over, want ergens in de
jaren tachtig van de vorige eeuw had ik zijn zoon de in de klas, op de mts.
Werktuigbouwkunde deed hij, meen ik, maar ik had niet in de gaten dat hij de
'zoon van' was. Dat duurde echt enkele maanden, tot hij ergens in
december ineens zei, enigszins verdedigend tijdens een discussie: 'Nou, mijn vader is bakker en ....'
De rest van dat argument ontging mij want ineens drong het
tot mij door en ik keek hem verbluft aan: 'Verrek, Govert. Van Nunen! Ja,
Govert van Nunen! Is dat jouw vader?'
' Nee', zei hij ad rem, ' Dat ben ik. Maar mijn vader heet
ook zo.'
Al die maanden had ik hem in de klas en al die maanden stond
hij gewoon in het lijstje: Nunen, Govert van, en nooit was het kwartje bij mij
gevallen dat hij Govert van Nunen was. Pas op dat moment schoof die naam over
het stempeltje ' Govert van Nunen' heen en viel het samen.
Pft, life is full of surprises!
ps Govert was goed gebekt en ad rem, oftewel, je kon er vaak
mee lachen. Een keer had ik een wit overhemd aan en daarover een zwart
colbertje en zo stond ik in de deuropening van het lokaal terwijl zijn klas
binnenkwam. Hij was mee van de laatsten, keek mij vorsend aan en zei vervolgens
vriendelijk: 'Ober, doe mij maar twee pils.'
Abonneren op:
Posts (Atom)



